Een creatieve schrijfwedstrijd
De Wondere Pluim begon als een creatieve schrijfwedstrijd voor basisschoolleerlingen, maar is ondertussen uitgegroeid tot een breder traject rond taalplezier en verbeelding. “Het draait bij ons niet om spelling of grammatica,” legt Ine Muys van Cultivers uit. “We willen vooral dat kinderen hun stem vinden en zich durven uitdrukken.”
Die insteek komt niet toevallig. In het onderwijs ligt de nadruk vaak op technische vaardigheden, terwijl creativiteit en expressie minder ruimte krijgen. Volgens Muys is dat een gemiste kans: kinderen zitten vol verhalen, of die nu voortkomen uit hun eigen leefwereld of uit pure fantasie. “Het belangrijkste is dat ze zich als schrijver en verteller kunnen ontplooien.”
Opvallend is dat De Wondere Pluim bewust een onderscheid maakt tussen kinderen die thuis Nederlands spreken en meertalige kinderen. Dat gebeurt niet om te verdelen, maar net om de focus te verleggen. Door die categorieën te hanteren, kan de jury zich makkelijker losmaken van taalcorrectheid en kijken naar wat echt telt: de inhoud en de vertelkwaliteit van een verhaal. “Zo geven we ook meertalige kinderen alle ruimte om zich creatief uit te drukken”, aldus Muys.
Volledig traject
Het project is bovendien veel meer dan een eenmalige schrijfopdracht. Scholen doorlopen een volledig traject. In samenwerking met Creatief Schrijven vzw krijgen leerkrachten eerst een workshop met concrete tips en oefeningen om hun leerlingen voor te bereiden. Daarna volgt de schrijfdag zelf. De verhalen die daaruit voortkomen, worden eerst gelezen door een ouderjury op school. Die maakt een eerste selectie, waarna een leescomité de teksten over de scholen heen beoordeelt. Dat leescomité, samengesteld door Cultivers, bestaat uit een gevarieerde mix van mensen, die allemaal gemeen hebben dat ze graag lezen. Uiteindelijk belanden een vijftigtal verhalen in een boekje. “Eigenlijk zijn dat allemaal al winnaars”, zegt Muys.
Daarbovenop is er nog een vakjury, met auteurs die vertrouwd zijn met kinder- en jeugdliteratuur, en een kinderjury die per categorie een extra winnaar aanduiden. Die kinderjury bestaat uit scholen die nog niet deelnemen aan het project. “Zo leren ze De Wondere Pluim kennen,” klinkt het. “Dit jaar neemt er bijvoorbeeld een school deel die vorig jaar nog in de kinderjury zaten.”
Een van de sterktes van het project is de brede betrokkenheid. Ouders spelen daarin een belangrijke rol. Door hen actief te betrekken in de jury, ontstaat er niet alleen meer draagvlak binnen de school, maar ook daarbuiten. In sommige gevallen leidde dat zelfs tot nieuwe dynamieken, zoals het heropstarten van een oudercomité in een school.
Samenwerking
Daarnaast wordt er volop ingezet op samenwerking met partners. De Wondere Pluim wordt gefinancierd dankzij subsidies van de Vlaamse Overheid en Provincie Vlaams-Brabant. Leerkrachten krijgen ondersteuning van Creatief Schrijven vzw, bibliotheken worden betrokken bij leesinitiatieven en ook culturele spelers dragen hun steentje bij. “We proberen echt een netwerk te bouwen rond verhaalplezier,” zegt Muys. “Iedereen heeft zijn rol.”
Een recent voorbeeld daarvan is de samenwerking met het MOT, waar erfgoed een nieuwe invalshoek biedt. In het kader van De Wondere Pluim ontwikkelde het erfgoedmuseum een ‘verhaalmeubel’, met allerlei objecten in die tot de verbeelding spreken. Dat meubel zal in het museum komen te staan, en nodigt kinderen en bezoekers uit om zelf verhalen te bedenken. Scholen kunnen het bezoeken tijdens een klasuitstap. Kinderen schrijven korte teksten of ideeën op kaartjes, die verzameld worden. Ze kruipen bijvoorbeeld “in de huid van een voorwerp” en vertellen wat het heeft meegemaakt. “Dat helpt om los te komen van je eigen perspectief,” legt Muys uit. Het is een laagdrempelige manier om creativiteit te stimuleren en het schrijven levend te houden, ook buiten de klas.
Volgens Muys draagt die aanpak sterk bij aan taalontwikkeling. Ze verzet zich tegen het idee van een lineaire taalontwikkeling, waarbij kinderen eerst leren lezen, dan begrijpen, en pas daarna schrijven. “Die vaardigheden versterken elkaar net”, zegt ze. Door kinderen al vroeg te laten experimenteren met taal, groeit niet alleen hun taalgevoel, maar ook hun zelfvertrouwen. En net dat vertrouwen blijkt cruciaal. “Als leerkrachten geloven in wat hun leerlingen kunnen, zie je dat kinderen veel meer durven.”
Toekomstdroom
Toch blijft de toekomst van het project niet vanzelfsprekend. Zoals bij veel culturele initiatieven speelt financiering een grote rol. De ambitie is dan ook om De Wondere Pluim structureel te verankeren. Muys droomt van een model waarbij verschillende organisaties elk een klein deel van het project dragen. “Dat het iets wordt dat gewoon bestaat, zonder dat het telkens opnieuw bevochten moet worden.”
Wat overeind blijft, is de kern van het project: kinderen een stem geven. Want zoals Muys het samenvat: “Kinderen hebben altijd iets te vertellen. Je moet hen alleen de ruimte geven om het te doen.”
Een interview met Ine Muys van Cultivers, afgenomen door Laura Matijs.
Benieuwd naar meer? Bekijk hieronder de video van ambassadrice Marieke Van Hooff, opgenomen tijdens een broodatelier in het MOT.
Heb je vragen over het project? Contacteer Ine via ine@cultivers.be.