
Infographic
Skip to PDF contentCampagnebeelden Iedereen Leest: © Joris Thys & Kris Demey
Download de infographic hier.
Auteurs

© Vicky Bogaert
Jan De Kinder (1964) schrijft, tekent en staat soms op een podium. Hij studeerde Toegepaste Grafiek aan het Sint-Lucas te Brussel en volgde een opleiding Tekenkunst en Grafiek aan het SLAC. In 2002 debuteerde Jan met het prentenboek ‘Mathilde’ (Clavis). Sindsdien werd zijn werk in 17 talen vertaald.
In zijn tekeningen en verhalen gaat Jan op zoek naar directe vertelkracht, humor, sfeerschepping en het weergeven van emoties. Zijn lievelingskleur is rood, in alle mogelijke schakeringen. Naast tekenen en schrijven heeft Jan een passie voor circus, theater, straattheater en vertellen.

© Ivan Put
Marjolein Pottie (1970) groeide op tussen boeken. Ze studeerde Functionele Grafiek aan het Sint Lucasinstituut in Gent. In 1995 illustreerde ze haar eerste boek, ‘Traan’ (Standaard Uitgeverij) van Dirk Nielandt. Als prentenboekauteur debuteerde ze in 1997 met ‘Muu’ (De Eenhoorn) van Geert De Kockere.
Zeventien jaar lang werkte ze fulltime als illustrator van boeken en tijdschriften voor binnen- en buitenlandse uitgeverijen. Sinds kort werkt ze halftijds in een bibliotheek en ze blijft daarnaast illustreren.
In 1997 won Marjolein de Boekenpauw voor ‘Muu’, en in 1999 een Boekenwelp voor ‘Wie’. In 2012 werd ze winnaar in de Leesjury voor ‘Ridder Muis’ (De Eenhoorn). Diezelfde ridder speelt nu de hoofdrol in een populaire animatieserie op Ketnet.
Marjolein pint zich niet vast op één stijl of techniek. Voor elk boek begint een nieuwe zoektocht naar wat het beste past bij het verhaal. Dat kan ver uiteenlopen: acrylverf op zwart papier, collages met prachtige papiertjes en uitgesneden zwarte omtreklijnen, scraperboard, of zoekplaten vol details die ze inkleurt op de computer.

Reina Ollivier (1956) studeerde Germaanse filologie en werkte als lerares Engels in het secundair onderwijs. Ze debuteerde in 1999 met ‘Wat jij niet weet’ (Uitgeverij Terra – Lannoo), de eerste van een drietal jongerenromans waarin gevoelens centraal staan. Tegenwoordig publiceert ze vooral prentenboeken voor kleuters en leesboeken voor kinderen die in maar liefst 12 talen worden uitgegeven. Naast schrijven werkt Reina mee aan jeugdtijdschriften en beoordeelt ze buitenlandse manuscripten op hun geschiktheid voor vertaling naar het Nederlands.
Na een inspirerende ontmoeting met Dixie Dansercoer schreef Reina een zesdelige avonturenreeks over de klimaatopwarming gericht op tien tot twaalfjarigen. De boeken bevatten uniek beeldmateriaal van Dixie en op YouTube zijn er per boek zes korte filmpjes beschikbaar. Het hoofdpersonage is de twaalfjarige Emma Dewit. Voor de inhoud baseerde Reina zich gedeeltelijk op haar expedities met Dixie naar Spitsbergen en Antarctica. Op dit moment werkt ze samen met haar echtgenoot, Karel Claes, aan een informatieve serie over dieren voor kinderen vanaf vijf jaar. Er verschenen bij Clavis al vier boeken in deze reeks, waaronder ‘De allergrootste’ (2020) en ‘Lawaaimakers’ (2021).
Reina is een enthousiaste verteller en leest eigen verhalen voor op haar YouTube-kanaal ‘Reina Ollivier’.

© Christophe De Muynck
Stefan Boonen (1966) is een Vlaamse kinderboekenschrijver. Hij schrijft prentenboeken, graphic novels, romans en boeken voor beginnende lezers. Zijn werk werd bekroond, vertaald en bewerkt voor theater. Stefan is vaak te gast in bibliotheken, culturele centra en scholen. Stefan debuteerde in het jaar 2000, ondertussen staan er meer dan 100 titels op zijn naam. De ene keer gaat het over een opa die gaat fietsen met zijn kleinkinderen (Met opa op de fiets, Clavis 2004) of over een leeuw (Maar de leeuw was er niet.) Heel bijzonder zijn de graphic novels die hij maakt samen met illustrator Melvin, denk maar aan het spannende Mammoet (De Eenhoorn, 2016) of het vrolijke Hier waakt oma (De Eenhoorn, 2016). Stefan schrijft ook romans voor kinderen, bekende titels zijn De Vindeling van Wammerswald (Manteau 2012) of Lowie (Pelckmans 2022). Stefan gelooft in de kracht van verhalen, verbeelding en taal. Hij vindt dat woorden kunnen verbinden en dat je in verhalen kan reizen.

© Cynthia van den Bossche
Sofie De Moor (1984) werd geboren in Lokeren en woont nu in Sinaai. Ze gaf jarenlang les, maar besloot uiteindelijk om van haar pen te leven. Nu schrijft ze voor iedereen die lezen wil. Zo bracht ze kinderboeken uit en is ze hoofdredacteur van de KLAPkrant, een magazine en website voor kinderen van 8 tot 10 jaar. Daarnaast schrijft ze voor het magazine van Spierziekten Vlaanderen de rubriek ‘Het leven van Sofie’, over de impact van de ziekte van haar man, en werkt ze mee aan educatieve uitgaven. ‘Geen kinderen, wel drie kippen’ (Uitgeverij Horizon, 2022) is haar eerste boek voor volwassenen. Met dit non-fictieboek brengt ze een intiem en persoonlijk verhaal over wat het betekent om zonder kinderen door het leven te gaan.
Sofie houdt ervan kinderen én volwassenen warm te maken voor haar verhalen en voor literatuur in het algemeen. Dat doet ze op een gevoelige maar tegelijk ook humoristische manier. Ze geeft graag lezingen en workshops schrijven voor kinderen en volwassenen. Via haar lezingen wil ze het ‘schreesvirus’ – gek zijn op schrijven en lezen – zo veel mogelijk doorgeven.

Wally De Doncker (1958) is schrijver van (bekroonde en vaak vertaalde) kinder- en jeugdboeken en was in het verleden leraar leesbevordering op de lagere school. Hij is de grondlegger van de taalleesmethode ‘Leesdraak’ en schrijft voor een aantal Vlaamse en Nederlandse tijdschriften bijdragen over de internationale dimensie van de kinder- en de jeugdliteratuur. Verder was hij president van IBBY-Internationaal (2014-2018), een organisatie die wereldwijd de liefde voor het lezen wil doen groeien en ervoor ijvert om kwaliteitsvolle boeken toegankelijk te maken voor alle kinderen van de wereld.

© Kathleen Michiels
Marijke Umans (1974) kroop als kind van zodra het lukte op tafel, stoel en alles wat hoger was en waar ze zich zichtbaar kon maken om toneel te spelen. Ze was heel energiek, beweeglijk en vindingrijk. De lagere school waar ze naartoe ging, was streng, ze voelde zich er niet thuis. Dat vormde uiteindelijk de basis voor haar eerste theatervoorstelling in 2005, en later haar eerste kinderboek ‘Wiebelkont’ (2007, De Eenhoorn).
In de middelbare school volgde Marijke vrije beeldende kunst. Nadat ze al een dozijn boeken had geschreven, wilde ze zelf ook wel eens een boek illustreren. Dat deed ze voor ‘Gewoon Mike’ en ‘Mike, gewoon Mike’ bij De Eenhoorn. Marijke werd aanvankelijk juf omdat ze geloofde dat kinderen spelend moeten leren en niet zo saai en stoffig als zij dat zelf ervaren had. Maar na een jaar ruilde ze die job in voor haar passie en ging ze theater en muziek studeren.
In 2003 richtte ze vzw Roodvonk op. Roodvonk is niet alleen een besmettelijke kinderziekte, Marijke houdt ook erg van Rood en Vonken. Ze wil anderen besmetten met een artistiek virus en laten voelen en zien dat je moet doen wat je graag doet en waar je goed in bent. Dat je niet mag vergeten te spelen in je leven, dat anders zijn oké is, en dat je niet altijd binnen de lijntjes moet lopen.
Marijke maakt vooral voorstellingen met livemuziek. Haar laatste boek is een bijzonder, een gidsend woordenboek voor tieners en jongeren: EHBO-ouders uit elkaar (2023, De Eenhoorn). haar debuut voor die leeftijd. Net een jaar eerder debuteerde ze met een dichtbundel over rouw & verlies: ‘Oma Pannenkoek’ (2022, Pelckmans). Eerder verscheen een bundel heerlijk aparte sinterklaasverhalen: ‘Buitengewone Sinterklaasverhalen’ (2021, Pelckmans). Andere succesboeken van Marijke zijn: ‘Mike, gewoon Mike’ – ‘Gewoon Mike’ en ‘Wiebelkont’ (omnibus) .

Guy Didelez (1952) combineerde lange tijd het schrijven met een voltijdse baan als leraar Nederlands. In 1995 zei Guy Didelez het onderwijs vaarwel en besloot hij als full-time auteur door het leven te gaan. Naast toneelstukken en scenario’s voor radio en televisie schreef hij intussen meer dan 90 kinder- en jeugdboeken. Opvallend daarbij is dat die boeken zich in heel diverse genres en voor heel diverse leeftijden situeren. Maar Guy is niet alleen schrijver, hij is ook en vooral een heel goede verteller. Hij geeft jaarlijks wel zo’n 250 lezingen (vaak voor scholen en bibliotheken die hem al 20, 25 of zelfs meer dan 30 jaar aan een stuk vragen) en heeft zo al vele kinderen en jongeren weten te bereiken met zijn verhalen.

© Michiel De Vijver
Winny Ang (1975) houdt van kleine en grote verhalen die haar pad kruisen. Vanuit die passie werd ze kinder- en jeugdpsychiater en specialiseerde ze zich verder in de culturele psychiatrie. Winny’s eigen wortels leiden van China en Indonesië naar België. Tot op heden schreef ze 3 kinderboeken.
Winny gooit zich graag in allerlei (creatieve) projecten waarin verhalen centraal staan: van samenlezen en sociaal-artistieke workshops tot de creatie van een luisteravontuur (NARWAL) enzovoorts. Winny is ook verbonden aan de Universiteit Antwerpen waar ze toekomstige artsen wegwijs maakt in onder andere communicatie en diversiteit.

© loveandlight
Liesbeth Talboom (1982) is auteur, marketeer en mama van drie. In haar kinderverhalen zit steeds een flinke scheut fantasie en veel aandacht voor emoties, gevoelens en het zelfvertrouwen van kinderen. Ze schrijft voor peuters tot prepubers en alles daartussenin. In 2022 publiceerde ze ‘Nee, dierenverhalen voor kinderen die het liefst op alles nee zeggen’ (Pelckmans), een bundel vol inspirerende, verrassende verhalen die allemaal vertellen dat het soms een heel goed idee kan zijn om luid ‘NEE’ te zeggen tegen datgene wat de wereld van je verwacht. In 2025 volgde ‘Jackie’ (Pelckmans) een avontuurlijk verhaal over een meisje dat ontdekt hoe je jezelf kunt blijven, ook als je oog in oog komt te staan met pesters.
Workshops
Meewint

De oprichter van Meewint is Hannes Goffin. Hij noemt zichzelf artiest en kunstenaar, maar zeker niet het type dat ergens weggedoken in een atelier zit. Hij focust op het samen spelen, creëren en connecteren.
De missie van Meewint is het ondersteunen van individuen en diverse groepen met kunst. Want kunst heeft een vaak ongekende agogische meerwaarde: beweging, mime, improvisatie, creatie en interactie brengen een gedeelde rust en ontspanning. Iedereen komt los van zijn gedachtestroom, zijn dagelijkse besognes en zijn achtergrond. Er komt ruimte voor een open en onbevangen blik naar binnen, naar de ander en de omgeving.
Tijdens de Jeugdboekenmaand verzorgt Meewint de workshop improvisatie, waarbij de leerlingen worden ondergedompeld in een ‘vertrouwensbad’ en de beginselen van improvisatietheater leren: spelen en loslaten. Op die manier ontstaat er een veilige ruimte om samen in te experimenteren met verbale en non-verbale expresse. Begrippen als rollenspel, status, stem, emoties, omgeving en natuurlijk personages komen al spelend actief aan bod. Hij werkt ervaringsgericht met een muzische grondhouding vanuit speelsheid en creativiteit.
Musée Muys
Met de steun van

In samenwerking met

Partners

Campagnebeelden Iedereen Leest: © Joris Thys & Kris Demey






